Uitgesproken tijdens het Stadspodium in ZIMIHC theater Stefanus op 5 april, door Ali Amghar.

IMG_1709

Het decor van Stadspodium is steevast de Boksring. Op de foto scheidsrechter Yassine Beqqali

Thuis

Een paar maanden geleden woonde ik in het oude Postkantoorgebouw op de Neude een debat bij.

Het zou die avond gaan over democratie, onze democratie om precies te zijn.  Met ruim drie maanden te gaan voor de verkiezingen, konden wij die avond met z’n allen volop speculeren en debatteren over wat we nu al 3 weken weten. Naast mij zat een ouder echtpaar die net als ik had besloten om er eens goed te voor gaan zitten en plaats nam op de tweede rij. Zij links van mij en hij weer links van haar. De eerste rij was gereserveerd voor de prominente panelleden van de avond die allemaal iets hadden met de Nederlandse democratie en tegelijkertijd ongegeneerd reclame maakten voor hun politieke partij of net gepubliceerde boek. Naarmate de avond vorderde viel mij opeens op dat m’n buurvrouw vaak dezelfde reactie als ik had op de uitspraken die op het podium werden gedaan. We lachten allebei even hard om de flauwe grappen van de dagvoorzitter, schudden beide onze hoofden als een panellid weer iets riep waar we het niets eens mee waren en raakten vlak voor het einde van de avond zelfs in gesprek.

‘’Waar kom je vandaan’’, vroeg ze.

‘’Lombok, 10 minuten lopen hiervandaan’’, was mijn antwoord.

‘’Nee, ik bedoel, waar kom je echt vandaan?’’

Laat ik vooropstellen: er is niets mis met de vraag, ‘’waar kom je echt vandaan?’’

Sterker nog, hij kan leiden tot mooie en diepgaande gesprekken. Maar wanneer de vraag nog net na het uitwisselden van namen wordt gesteld, kan ik me goed voorstellen dat iemand die daar antwoord op geeft het gevoel heeft dat het gaat om een bevestiging. Een bevestiging van allerlei verwachtingen en vooroordelen die gekoppeld zijn aan het antwoord. Verwachtingen en vooroordelen die jammer genoeg niet altijd positief zijn. Natuurlijk is afkomst een belangrijk onderdeel van iemands identiteit, maar het is ook precies dat. Een onderdeel van het geheel. Iemand is toch veel meer dan alleen het geboorteland van zijn ouders? Het is worsteling om met een achtergrond die je niet hebt gekozen, maar waar je wel trots op bent, je plaats te vinden in een maatschappij die je beoordeelt op de buitenkant,  niet op wie je echt bent en waarvoor je staat.

Vraag het maar aan de voorzitter van de Tweede Kamer, wiens loyaliteit nog altijd ter discussie wordt gesteld door verschillende politieke partijen in het parlement.

Vraag het maar aan de beste voetballer van de Eredivisie, die de komende 10 jaar een grote rol had kunnen spelen voor het Nederlands elftal, maar door niet een maar twee verschillende bondscoaches werd gepasseerd vanwege zijn zogenaamde trots en nu voor geen enkel land meer uitkomt.

Vraag het maar aan al die jongens en meiden die keer op keer worden afgewezen voor een stage,

omdat ze een naam hebben die moeilijk is uit te spreken of een hoofdoek dragen en daardoor geen diploma kunnen halen.  Als dit soort situaties een onderdeel zijn van je dagelijks leven, dan ga je je toch afvragen waar je eigenlijk thuishoort.

 

Hafid Bouazza schreef ooit: ‘’Geen hart kan kloppen in twee oorden‘’

en tot voor kort was ik het roerend met hem eens. Maar niet lang geleden stelde een goede vriend, die oprecht geïnteresseerd was, de vraag: Voel je je nou Nederlander of Marokkaan? Ik glimlachte, dacht heel even na en antwoordde: Ik ben een kind uit twee werelden. En mijn hart klopt, hoe onmogelijk het klinkt in die twee werelden. De wereld van het geboorteland van mijn ouders, maar door talloze zomervakanties en fijne herinneringen, ook mijn wereld is. En de wereld waar ik voor het eerst mijn ogen heb geopend, me thuis voel en mijn dromen probeer verwezenlijken.

Om op het thema van vanavond terug te komen: Gekleurde Utrechters zijn naar mening niet welkom in Utrecht, net zoals wij niet welkom zijn in ons eigen huis. Als u straks naar huis gaat en na deze lange avond plaats neemt op de bank, voelt u zich dan welkom of voelt u zich thuis? Ik heb zo’n gevoel dat het tweede antwoord meer tot onze verbeelding spreekt. Utrechters horen zich thuis te voelen in Utrecht, ongeacht kleur, religie, politieke voorkeur of geaardheid. Er is meer dan genoeg ruimte voor ons allemaal.

Alleen niet voldoende woningen, maar dat is een onderwerp voor een andere avond.